Miljoenen vogels fluiten aria’s, in hun liefste, zoetste woordenschat.
-
Meest recente berichten
Archief
Miljoenen vogels fluiten aria’s, in hun liefste, zoetste woordenschat.
De winter lijkt langzaam weg te glijden
en kijkt toe hoe de lente
in zijn voetsporen treedt.
Begroet door de zwoele zon
en een hemel met wolken
van gesponnen zijde.
Je glimlacht
en geniet met gesloten ogen
van een zachte bries langs je gezicht.
Je hunkert naar de lente
want als je lacht, lijken de kuiltjes
in je wangen dieper dan voordien.
Je doet zowel de dag als mij blozen
als ik in je sibillijnse ogen kijk
‘k verdrink dan haast in je vinnige getijden.
En ik ben nooit een goede zwemmer geweest.
De dag bloost,
net als mijn wangen
als ik bij u ben.
Lieselotte
Ik klop op de deur van je hart
Ik ben het, doe toch open!
Ik wil in je binnenste gaan
en overal rondkijken.
Snuisteren in uw innerlijkheid.
Met jou mij longen vullen.
Zwarte raven
zwerven
boven de kale kruinen
van bomen
die een week geleden
nog krioelden
van wel honderd
kleuren
Ze klapwieken
krijsend
met hun gevederde
armen
En ik kijk
verslagen
toe.
Lieselotte
Het is koud buiten
ik kan m’n adem zien
Wolkenhemel
ster of tien
Ijshanden
ik hunker naar de jouwe
warmer
in die van mij
Er knapt een slak
onder mijn laars
niet gezien
‘t Is niet moeilijk
met zo’n hemel
ster of tien
Lieselotte
Ik ruik u graag, nog in mijn kleren.
Ik voel u graag dicht bij mij.
Vanuit uwe mond wil ik iets bijleren.
En ik houd ervan dat ge kijkt naar mij.
Ik voel mij trots, naast u is ‘t altijd stralen.
We voelen ons vrij.
‘t Is enkel in uw glimlach dat ik kan verdwalen.
Dus blijf maar dicht mij mij.
Lieselotte